De zoetstof Erythritol vind je in allerlei producten terug. In “suikervrije” frisdrank, eiwitrepen, keto-snacks, proteïnepuddinkjes en bakmixen. Het voelt als een verstandige keuze: weinig calorieën, meestal geen grote bloedsuikerpiek en een smaak die dicht bij suiker komt. Toch is er discussie over het gebruik hiervan. Niet omdat erythritol per se “slecht” is, maar omdat sommige onderzoeken signalen geven die je serieus wilt nemen: mogelijk invloed op bloedstolling en de werking van bloedvaten. En dat is relevant, omdat een groot deel van de beroertes ontstaat door een bloedpropje (een zogenoemde ischemische beroerte). In dit artikel lees je wat erythritol is, welke onderzoeken er zijn, wat we wél en niet kunnen concluderen, en hoe je er praktisch mee om kunt gaan.
Wat is erythritol?
Erythritol is een zoetstof uit de groep suikeralcoholen (polyolen). In Europa staat het bekend als E968. Het komt in kleine hoeveelheden van nature voor (bijvoorbeeld in bepaalde vruchten en gefermenteerde producten), maar de erythritol in voeding is meestal industrieel geproduceerd. Erythritol levert bijna geen calorieën en wordt grotendeels via de urine weer uitgescheiden. Dat is ook een reden waarom het vaak als “lichte” zoetmaker wordt gebruikt (1).
Zie je op etiketten vooral codes en denk je: wat betekent dit allemaal? In dit artikel over e-nummers leggen we je uit waar je op kunt lettenje op kunt letten (en welke je liever beperkt).
Waarom is er aandacht voor beroertes en bloedstolsels?
De discussie komt vooral uit drie soorten onderzoek die samen een puzzel vormen:
1) Observatiestudies (kijken naar verbanden in groepen mensen).
Een veelbesproken studie vond dat mensen met hogere erythritol-waarden in het bloed vaker een ernstige cardiovasculaire gebeurtenis hadden, zoals een hartinfarct of beroerte (2). Dit soort onderzoek laat een verband zien, maar bewijst nog niet dat erythritol de oorzaak is. Het is namelijk ook mogelijk dat mensen met een hoger risico (bijvoorbeeld door metabole problemen) óók hogere bloedwaarden van erythritol hebben door andere redenen, zoals aanmaak in het lichaam.
2) Mechanistisch onderzoek (wat doet het in het lichaam?).
In vervolgonderzoek is gekeken of erythritol invloed kan hebben op bloedplaatjes (die een rol spelen bij stolling). In een studie bij gezonde vrijwilligers werd na inname een toename in markers gezien die passen bij meer bloedplaatjesactiviteit en een hogere “stollingsbereidheid” (3). Dat betekent niet automatisch dat iemand een bloedprop krijgt, maar het is wel een signaal om verder te onderzoeken, zeker bij mensen met al een verhoogd risico.
3) Labonderzoek op vaatcellen (wat gebeurt er op celniveau?).
Een recente labstudie (2025) keek naar menselijke endotheelcellen uit kleine bloedvaten in de hersenen (de cellen die de binnenkant van bloedvaten bekleden). Na blootstelling aan erythritol zagen onderzoekers onder andere meer oxidatieve stress, minder stikstofmonoxide (NO, belangrijk voor vaatverwijding), en veranderingen in signalen die te maken hebben met vaatspanning en het afbreken van stolsels (4). Dit is interessant omdat het een mogelijke biologische route laat zien, maar het blijft wel onderzoek in een schaaltje. Het zegt dus niet één-op-één wat er in het lichaam gebeurt bij normaal gebruik.
Wat het lastig maakt: je krijgt vaak niet één toevoeging binnen, maar een combinatie. In dit artikel over combinaties van e-nummers gaat hier verder op in.
Waar komt de zoetstof erythritol vooral in voor?
Erythritol zit meestal niet in “gewone” basisproducten, maar vooral in producten die als ‘fit’ of ‘suikervrij’ worden verkocht. Denk aan repen, snacks, toetjes, siropen en drankjes. Dat zijn vaak bewerkte producten met een hele ingrediëntenlijst.
Erythritol zit vooral in producten die als ‘fit’ of ‘suikervrij’ worden verkocht, maar vaak flink bewerkt zijn. In dit artikel over supermarktvoedsel en ultra-bewerkt eten lees je waarom dat relevant is voor je gezondheid.
Ben je (deels) met koolhydraatarm of keto bezig? Dan kom je erythritol extra vaak tegen. In dit artikel lees je wat het keto-dieet is en waar je op kunt letten.
Wat zegt de Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA)?
EFSA heeft erythritol opnieuw beoordeeld als voedseladditief. Daarbij concluderen ze dat er op basis van de beschikbare gegevens geen overtuigend bewijs is dat erythritol direct hart- en vaatziekten veroorzaakt, maar ze benoemen ook onzekerheden. Een belangrijk punt is dat erythritol in het bloed niet alleen uit voeding kan komen; het lichaam kan het ook zelf aanmaken. Daardoor is het lastig om bloedwaarden rechtstreeks te koppelen aan inname uit voeding (1).
EFSA stelt daarnaast een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) vast van 0,5 gram per kilogram lichaamsgewicht per dag, vooral om ongewenste effecten op de maag-darmtractus te beperken (1). Voor veel mensen is dat geen probleem bij incidenteel gebruik, maar bij veel “suikervrije” producten op één dag kun je in de buurt komen van hogere innames.
En wat zegt de WHO over zoetstoffen in het algemeen?
De Wereldgezondheidsorganisatie adviseert om niet-suikerzoetstoffen niet te gebruiken als strategie voor gewichtsverlies of preventie van ziekte op de lange termijn, omdat er geen duidelijke voordelen zijn aangetoond en er signalen bestaan van mogelijke nadelige effecten (World Health Organization [5, 6). Dit is een brede uitspraak over de hele groep zoetstoffen, maar het past bij een belangrijk leefstijlprincipe: een minder zoete smaakvoorkeur helpt op de lange termijn vaak het meest.
Wat kun je hier nu mee in het dagelijks leven?
Het belangrijkste is: dit is geen reden voor paniek, maar wel een goede aanleiding om bewuster te kiezen. De meeste zorgen gaan vooral over regelmatig hoge innames (bijvoorbeeld dagelijks meerdere porties suikervrije producten met erythritol).
Als je vooral zoet gebruikt om cravings te dempen, dan is een stabielere bloedsuiker vaak een betere basis. In dit artikel over een stabiele bloedsuiker en eetvolgorde leggen we uit hoe je dat praktisch aanpakt.
Een simpele manier om minder ‘zoetmomenten’ op een dag te hebben, is soms gewoon: minder vaak snacken. In dit artikel over micro-vasten lees je hoe je dat nuchter en haalbaar kunt proberen.
Erythritol staat niet alleen: ook over andere zoetstoffen is er discussie. Als je dat interessant vindt, lees dan ook het artikel over aspartaam en hart- en vaatziekten.
Bottom line
Erythritol is niet automatisch “gevaarlijk”, maar het beeld van “altijd onschuldig” is ook niet zo stevig als vaak wordt gedacht. Er zijn onderzoeken die wijzen op mogelijke effecten op bloedstolling en vaatfunctie, waaronder ook processen die relevant kunnen zijn bij ischemische beroertes (2, 3, 4). Tegelijk blijft het bewijs nog niet sluitend, onder andere omdat een deel van de data observationeel is en omdat labresultaten niet één-op-één te vertalen zijn naar dagelijkse voeding.
Een verstandige middenweg is daarom: maak erythritol niet je standaard-zoetmaker, zeker niet als je al een verhoogd risico hebt op hart- en vaatziekten. Gebruik je het af en toe, dan past het meestal prima binnen een gezonde leefstijl.







